Ankerstress

Ankerstress

Elke ria heeft hier recht op een eiland voor de deur, behalve Muros. Het eiland voor Ria de Pontevedra heet Isla de Ons. De eilanden zijn beschermd natuurgebied en je moet een navigation permit hebben om er te mogen varen en een anchoring permit om er te mogen ankeren. Die hebben we, dus we gaan naar Ons.
Ons biedt redelijke beschutting tegen westenwind en de deining van de oceaan. Nu is de wind hier overwegend noord. ’s Nachts waait de wind (meestal stevig) noordoost en overdag draait-ie naar noord-west. Overnachten achter Ons is daarom geen aanlokkelijke optie en we hebben daarom overnacht bij San Vincente, een baai ten noorden van Ria de Pontevedra.

In de ochtend varen we naar Isla de Ons en laten het anker zakken. We kunnen minder dicht aan de kant komen dan we verwacht hadden, want het betreffende gebied is afgezet met boeien, waarvan het overduidelijk niet de bedoeling is dat je daar voorbij gaat. Het is 9 meter diep en de bodem loopt sterk af richting zee. De wind draait zoals verwacht naar het westen en neemt flink toe. Het anker ligt wel goed vast, maar blijft dat zo? Het water stijgt nog zeker 2,5 meter en de wind zal voorlopig zeker niet afnemen. We willen eigenlijk van boord om het eiland te verkennen, maar Leon is er helemaal niet gerust op. We blijven nog een uur of drie aan boord totdat de ankerstress van Leon voldoende is omgezet in vertrouwen en we (Leon) Eaumega alleen durven laten. We zetten wel een ankeralarm dat ons waarschuwt op de smartphone mocht het toch mis gaan. Niet dat dat wat uit haalt, we zijn dan gezien het bodemreliëf hier toch te laat, maar het is voor het gevoel zullen we maar zeggen.
We wandelen een paar uur over het eiland. Het valt wel op dat er voor een beschermd natuurgebied nog flink wat volk en commerciële activiteit is, maar over het algemeen is het heel aardig.

Voor anker bij Isla de Ons

Uiteraard ligt Eaumega er nog. We eten wat en aan het begin van de avond varen we verder de ria in en zoeken een plekje aan de noordkant. De eerste baai blijkt (inmiddels) nauwelijks ankerplek (meer) te zijn en ligt vol met boeien voor de afbakening van het strandje en sportbootjes, de tweede baai voelt om een om andere reden “niet echt pluis”. Tussen Portonovo en Sanxenxo vinden we wel een geschikte plek en toevallig? ligt daar ook de Nederlandse boot Karakter waar we in Vilagarcia kennis mee hebben gemaakt. In Sanxenxo is het kermis, maar wij hebben daarmee geluk, want de avond daarvoor stond er blijkbaar een podium dat tot 3 uur ’s nachts een ongelofelijke &^#herrie heeft verspreid. Dat hebben we dus moeten missen en de overlast van de kermis is vrij minimaal.

Kermis bij Sanxenxo, het lichtspel in het water is wel leuk. Elke seconde weer anders.

De volgende ochtend varen we naar de haven van Portonovo. We hebben immers nog een kapotte valstopper en de volgende nacht dreigt het slecht weer te worden. De havenmeester reageert herhaaldelijk niet op onze marifoon maar wel op die van andere boten. Gisteren deed-ie het nog, dus we gaan er maar van uit dat het daar niet aan ligt. Het is niet echt duidelijk waar we kunnen afmeren, dus we leggen maar even aan naast een joekel van een, naar snel blijkt, splinternieuw Duits motorjacht. De uiterst freundliche Dame helpt ons aanleggen, door een enorme hoeveelheid fenders over de brede reling te hangen, overduidelijk ietwat nerveus over het mogelijk kunnen ontstaan van het eerste krasje op het superjacht. Ze weet te vertellen dat de havenmeester geen woord Engels spreekt en we kunnen dus maar beter e.e.a. in het Spaans voorbereiden. We bedenken dat dat hoogstwaarschijnlijk de reden zal zijn dat hij onze marifoonoproepen negeerde. Misschien is een cursusje handig waar ze de man één zin leren: “Sorry, I don’t speak English”. Die Dame verontschuldigt zich dat haar man nog even an’s telefonieren ist en nog even zahlen muss, maar dat ze daarna gaan vertrekken. Wat ons betreft uiteraard prima, we hebben de tijd en wachten wel even.
Na een half uurtje liggen we zelf aan de steiger en gaan we, gewapend met enige Spaanse kennis van Anita, woordenboeken en Google Translate maar naar het havenkantoor. Inmiddels lijkt daar de bemanning gewisseld en zit daar een behulpzame mevrouw die wel degelijk Engels spreekt, in elk geval een stuk beter dan wij Spaans. “Nee, waar we nu liggen daar kunnen we ABSOLUUT niet blijven liggen. Ja ze heeft wel een ander plekje en ja, sorry, sorry, we moeten toch echt NU daar weg en naar een andere plek, want er ligt een andere boot te wachten.” Ja hoor, geeft niet, zeg maar waar we dan wel naar toe kunnen, we liggen er alleen maar even omdat we geen marifoon contact kregen. “O ja, sorry, pruttel pruttel – onduidelijk verhaal – pruttel, maar sorry dat u moet verhuizen.” Ja hoor geeft niet, zeg maar waar we heen moeten. Dat blijkt dan wel 20 meter verderop te zijn.
We liggen nog niet vast op de nieuwe plek of Karakter schuift op onze oude plek. Blijkbaar hadden zij die plek net een paar minuten voor ons toegewezen gekregen. We hebben er samen maar hartelijk om gelachen.

Het is bloedheet die middag, dus we slenteren conform regionaal gebruik traag naar Sanxenxo (we denken dat je het uitspreekt als Sangenjo), scoren een helado voor Anita (en Leon) en een nieuwe hendel voor de valstopper. Doe maar meteen twee, dan vervangen we de tweede hendel van de dubbele valstopper ook maar uit voorzorg. Het kleine winkeltje heeft er 5 op voorraad, dus misschien gaan ze vaker stuk?

Mozaïek kunst in Sanxanxo

De avond wordt het onrustig. Rond middernacht begint het te onweren en de hele nacht staat er een snoeiharde wind. We blazen mooi van het steiger af en de landvasten staan snaarstrak. We vinden het deze keer niet heel erg dat we in een haven liggen.

De volgende dag willen we naar Combarro aan het einde van Ria Pontevedra. Volgens de pilot een stadje dat je per se gezien moet hebben met een héél pittoresk haventje. Alleen is het nogal mistig. We beginnen eerst maar aan het klusje valstopperhendel vervangen. Het blijkt wonderbaarlijk het eerste klusje te zijn dat we ooit hebben uitgevoerd dat niet tegenzit.

We slenteren nog even door Portonovo, doen boodschappen en besluiten toch maar te vertrekken. Het zicht is nog redelijk en mist levert ook wel weer boeiende plaatjes op.

Isla Tambo in de mist

Bij Combarro laten we het anker vallen even ten oosten van de haven. Die is namelijk inmiddels iets minder pittoresk dan de pilot beschrijft, want hij is strak volgebouwd met een peperdure mega-marina. Bij nader inzien hadden we even iets verder moeten lezen, maar meneer Imray kan de verkoop van die pilots wel stoppen: hopeloos verouderd.

De volgende dag bekijken we hoe we met ons bijbootje in Combarro kunnen komen. Dat lijkt tamelijk onmogelijk aangezien alle steigers zijn afgesloten met poorten, behalve één. Het lukt ons uiteindelijk om het bootje achter die steiger te manoeuvreren. Daar worden we al snel aangesproken door een jongeman, die zich niet voorstelt en waarvan ook niet duidelijk is waar hij zijn zelfverklaarde autoriteit aan ontleent, maar hij vindt wel dat we 5,50 moeten betalen om ons bootje daar te mogen neerleggen. En nee, hij kan ons ook geen benzine verkopen uit de pomp die op de steiger staat. Hoewel 5,50 geen bedrag is om je ook maar enigszins druk over te maken gaan we vooralsnog uit principe niet betalen om een stuk opgeblazen plastic ergens te mogen neerleggen, als daar vervolgens ook nog geen enkele service bij geleverd wordt. We zullen wel merken of we die mening tijdens onze reis moeten gaan bijstellen.
We kunnen wel terecht op een helling naast de marina, maar het is laag water en we moeten dan eerst door 50 meter blubber. Niet echt een aanlokkelijke optie.

We besluiten dat we geen zin hebben om ruzie te gaan maken (we willen ons plastic ook nog terugvinden op de plek en in de staat waarin we het hebben achtergelaten) en besluiten eerst maar eens naar de overkant van de baai te varen, ons opgeblazen plastic daar op het strand te trekken en een wandeling te maken naar Pontevedra. Dat blijkt eigenlijk een prima besluit te zijn, want we hebben een leuke middag. Behalve dat Pontevedra op ons een ietwat onverzorgde indruk maakt, is het verder best een aardige stad en we kopen by far de goedkoopste helado tot nu toe (en het smaakte prima).

Terug bij ons opgeblazen plastic, dat we overigens Omini hebben gedoopt,  varen we toch nog eens naar Combarro. Het is inmiddels bijna hoog water en met enig gemanoeuvreer komen we nu wel bij de helling. Toegegeven, Combarro is inderdaad heel apart. Vooral het straatje langs de oever is bijzonder karakteristiek. Verder wordt dit straatje gekenmerkt door een groter aantal souvenirwinkeltjes per strekkende meter dan je aantreft in de Soukh in Marrakech en qua opdringerigheid kunnen ze zich er goed mee meten.
Nu we die 5,50 hebben uitgespaard willen we nog een drankje pakken op een terras, maar op dat moment toont de telefoon een ankeralarm. Eaumega ligt meer dan 50 meter van de oorspronkelijke ankerplaats. Even later is dat 59 meter en weer even later 46. Vreemd. We kijken uit op de boot en er lijkt weinig aan de hand, maar we besluiten toch maar om terug te gaan.
Terug op de boot halen we het anker omhoog. Behalve een hoeveelheid wier waar je minstens 2 weken van kunt eten, zit er een autoband om de punt. Tja, dat wier maakt niet zo veel uit, maar met die autoband werkt het niet. Nadat we het e.e.a. hebben vrijgemaakt van groente en versleten rubber laten we het anker weer zakken op de oorspronkelijke plek en liggen de hele nacht prima. Misschien is ankeren toch niet altijd zorgeloos.

2 gedachten over “Ankerstress

  1. Leuke naam Omini! Is dat ook omdat de verzekeraar zei dat je de bijboot niet de naam van de boot te geven? Wij hebben nu 2 weken vakantie op Kobbe. Hond Pontus is mee want mocht een maand langer blijven. Er is vandaag ZW 7 dus we blijven een dag op Terschelling liggen. Veel liefs Elly

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *