Stad

Stad

Het is gelukt! We hebben het qua weer zo uitgemikt dat we in Bergen een hele dag géén regen hebben gehad. Overigens, de dag ervoor was ook een heel mooie dag in Bergen, alleen begon het toen tegen de avond ineens toch te regenen. Net niet dus. Maar goed, twéé dagen achter elkaar helemaal geen regen in Bergen is ook onmogelijk, denken wij.

Uitzicht op de haven van Bergen, inclusief Eaumega, en mét zon!

Eaumega ligt aan de kade pal voor het Unesco werelderfgoed “Bryggen”. Dat betekent niet alleen dat wij een interessant uitzicht hebben, maar ook dat we de hele dag bekeken worden door de vele duizenden (andere) toeristen die hier rondlopen, vooral als er weer zo’n drijvend flatgebouw in de havenkom hiernaast geparkeerd wordt. Tja, best leuk hoor, Bergen, maar dit is wel een echte stad en niet bepaald een prikkelarme omgeving.

Unesco werelderfgoed Bryggen
Tussen de huizen

Na Bergen willen we verder naar het noorden. In elk geval tot Ålesund. Om daar te komen moeten we om “Stad” heen. Als je met je boot eenmaal in Noorwegen bent kun je langs vrijwel de hele westkust van zuid naar noord (en andersom) min of meer “binnendoor”. De hele westkust is feitelijk een gigantische in gruzelementen geslagen chocoladereep met scheuren in alle richtingen waar je doorheen kunt varen. Soms is er niet echt een scheur noord-zuid binnendoor, maar dan liggen er voor de kust zoveel rotsjes en eilandjes dat het daarachter redelijk beschut is tegen de golven van zee. Uitzondering daarop bevindt zich zo ergens aan de bovenkant van de “buik” van de chocoladepop. Daar zit een langgerekte puist die de zee in steekt en waar je met je boot niet achterlangs kunt. Het vervelende is ook nog eens dat dit het punt is waar de Golfstroom op de Noorse kust stuit en waar de weersystemen die de Atlantische oceaan zijn overgestoken aan land komen. Volgens elke Noor die iets weet van varen (en dat zijn er best veel) is het “ronden van Stad” daardoor écht héél gevaarlijk als de omstandigheden niet optimaal zijn. Wat dan precies optimaal is, dát is dan weer hoogst onduidelijk. Iets met weinig wind en weinig stroming. Feit is wel dat boten vaak lang liggen te wachten op “ideale omstandigheden” om deze beruchte westkaap te ronden.

Nu kunnen we een beetje flauw en lacherig doen hierover, maar blijkbaar is dat het niet. Noorwegen is qua land gewoon echt gigántisch rijk. Dat hebben ze hier in grote mate te danken aan de inkomsten uit olie en gas. De Noren zijn al heel vroeg zo slim geweest om ervoor te zorgen dat al die olie-miljarden niet zomaar in de zakken van een paar megalomane miljardairs zouden verdwijnen, maar ten goede zouden komen aan Het Algemene Nut. En dus wordt hier zichtbaar veel geïnvesteerd in allerlei zaken. Van recreatieplaatsen met gratis steigers en barbecueplaatsen tot hier en daar een tunneltje van 14,4 km lang en 293 meter diep, gewoon omdat het kan en handig is. Enfin, aangezien er geld zat is, zijn ze nu ook serieus van plan een tunnel te maken voor zeeschepen door het schiereiland Stad heen omdat het dus zelfs voor vrachtschepen vaak te gevaarlijk is om er omheen te varen en te duur om te wachten. Goochel voor de grap maar eens op “stad shiptunnel”. De inschrijvingen op de aanbesteding zijn net binnen.

Wij gaan dus van Bergen naar het noorden en het “toeval” wil dat de weerbijbel ons de komende 48 uur zuidenwind belooft. Nu is de weersverwachting in Nederland tamelijk, uuh, wisselend, maar hier verandert de verwachting soms elke 3 uur zo’n 180 graden. We denken niet dat dat komt omdat ze hier slechtere meteorologen hebben, maar waarschijnlijk omdat het op deze breedtegraad nóg grilliger is. In elk geval, de beloofde zuidenwind is redelijk stevig, en het plan is om net ten noorden van Bergen de zee op te steken, buitenom te varen totdat de wind op is en dan weer naar binnen. Waar dat dan precies is zien we wel. Dan varen we hoe dan ook ruim om Het Uitsteeksel heen en verwachten we, niet gehinderd door al te veel lokale kennis, dat we er weinig problemen mee zullen hebben. Immers een stevige bakstagwind met bijbehorende zeegang zijn we inmiddels wel gewend.

Op 9 juli varen we vanaf Bergen naar het noorden. Vanaf het Herdlefjorden kunnen we zeilen. De wind doet voorlopig wat beloofd is. Bij het eiland Fedje kunnen we de zee op. De wind draait, op zich niet zo vreemd wanneer je een fjord uit vaart en bij zee komt. De lange en diepe fjorden creëren zo ongeveer hun eigen windrichting. Oost langs Fedje of west? Ik besluit west, dan zijn we ook maar op zee en de windrichting is fijner zo. We willen nog minstens 36 uur door, dus ik ga even slapen. Na een uur roept Anita. “Kom eens, de wind is echt helemaal op.” We starten de motor en varen een stukje door. Dit vaart zo echt vreselijk. Er staan golven uit alle richtingen en geen wind. Ik kijk weer eens op Windy. Er is blijkbaar weer een nieuw verwachting gemaakt: Geen wind tot morgenochtend 6 uur. Ik heb al eerder geschreven: Vooral niet-zeilers vragen geregeld wat we doen als we in zwaar weer terechtkomen. Nou, dat doen we niet en als het dan toch gebeurt zeilen we. Het ergste wat je kunt hebben is geen wind en wel golven. “Nou dit gaan we zo dus niet doen”, zeg ik, “kunnen we hier bij Fedje nog naar binnen?” De ingang voor het haventje en ankerbaai zit aan de oostkant. “Verdomme”, zeg ik, “gaat niet meer, dan moeten we terug”. “Wel waar”, zegt Anita en wijst op de kaart, “kijk maar, hier zit een doorgang, en er staat nog een sectorlicht bij ook.”

Ik zie alleen maar rotsjes. Héél veel rotsjes. Maar Anita ziet een doorgang. Nou, ik nog niet, maar het is 20 minuten op de motor door bokkige golven. En zowaar, na een kwartier begin ik er nog in te geloven ook en even later opent zich inderdaad een duidelijke invaart. Het water daarbinnen oogt rustig en dat blijkt het ook te zijn. En na nog eens een minuut of 20 gooien we ons anker op de bodem van de ankerbaai. Het is volledig windstil. Ik ruim buiten de boel een beetje op en Anita maakt wat te eten. Een uitermate traditionele rolverdeling die ons beide uitstekend bevalt, alleen aan boord dan ..

De volgende ochtend om 05:00 check ik voor de zekerheid nog maar eens de weerberichten. Nog steeds wind vanaf 06:00, zuidelijk, aantrekkend tot 20 à 25 knopen, golfslag ca 1,3m, bewolkt maar grotendeels droog. De wind belooft dan zo’n 20 uur aan te houden. Ok, da’s minder dan gehoopt, maar daarmee moeten we op de verwachte snelheid in de buurt van Ålesund kunnen komen. Of anders Runde.

Om 6 uur zijn we buiten en gaan de zeilen omhoog. 13 knopen wind. We steken boven Fedje de zee op. Bah, wéér die bokkige golven. Ze komen echt uit alle richtingen. De enige oorzaak die ik kan bedenken is dat de golven reflecteren op alle rotsjes hier. Maar goed, het voordeel is dat het er nu wél bij waait. We steken de zee op totdat de dieptemeter het niet meer weet. Geleidelijk aan wordt het golfpatroon wat rustiger. Ze komen nu nog maar uit ruwweg twee richtingen. De wind trekt aan tot dik 20 knopen. Qua zeilen gaat het eigenlijk best. We gaan als de brandweer, maar die brandweer zit ook achter ons aan. Het regent, of eigenlijk erger nog, het miezert. De Britten hebben er zo’n prachtig woord voor. Als je het uitspreekt zonder klinkers zegt het precies wat het is: “drrrzzll”. Het is vervelend en alles wordt er koud en zeiknat van. Volgens de AIS passeert ons een vrachtschip op ca 500 meter. Ik zie het niet. Kijk daar, zegt Anita. Ik veeg met een natte theedoek voor de twintigste keer m’n bril weer eens droog, min of meer. O ja, ik zie een vage bruinige schim, dat moet ‘m zijn. Zulk weer dus, en het gaat de hele dag door.

Rond 21:00 neemt de wind wat af. Voordat de wind het helemaal laat afweten sturen we richting de kust. Gelukkig hebben we tegenwoordig kaartplotters en GPS. Als je dit met traditionele navigatiemiddelen moet doen is het een combinatie van puzzelen en gokken. We zien wat vage contouren van bergen en we proberen te ontdekken welke het zijn. De drrrzzll neemt wat af, de wind trouwens ook en even later wordt het zowaar nog droog ook. Kijk, die bult daar moet Runde zijn. Het laatste stuk gaat weer op de motor. Voor de haven van Runde strijken we ook het grootzeil. Het haventje heeft slechts plaats voor een paar boten en we zien er zo al 3 liggen. Het is inmiddels 01:30 en hier dus gewoon nog licht. Over een uur of wat komt de zon weer op. We hebben geen zin iedereen daar wakker te maken. We laten het anker vallen naast de haveningang. We zien het straks wel.

’s Ochtends vaart er een boot weg uit het haventje, dus dan moeten we erbij kunnen. Er is op zich niet zo veel te doen op Runde, maar je kunt er blijkbaar papegaaiduikers spotten. Daarvoor moet je vanuit de haven naar de overkant van het eiland. En je moet wel op tijd op de afspraak komen. Papegaaiduikers liggen overdag in hun nest en rollen er dan ’s avonds uit om eten te gaan vangen. Het leefpatroon van een typische IT-nerd dus eigenlijk. Om 19:00 zijn we er. Het is even zoeken waar we precies moeten zijn, maar dan zien we ergens een man of 50 op een rotspunt staan met veel fotocamera’s. Daar ergens dus blijkbaar. En nu hebben wij op zich niet zoveel met vogeltjes, maar dit is wel heel grappig. En je hoeft ze echt niet te missen, ze zitten er met honderden.

Puffin
Verse vis!
Even opdrogen

O ja, en Stad dan? Niks van gezien. Drrrzzll.

Eén gedachte over “ Stad

  1. Wat leuk dat jullie op Runde terecht zijn gekomen. We hebben vorig jaar de Puffin safari gedaan en genoten van die leuke vogeltjes. Inmiddels zullen jullie wel mooi weer hebben, want het is erg warm in Noorwegen. Trondheim over de 30 graden. Maar deze stad is misschien net iets te noordelijk.
    Goede reis verder!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *