Langfoss

Langfoss

“Het is echt wel héél ver naar binnen varen en dan moet je dat héle eind ook weer terug”. Anita heeft gelijk. Van waar we nu zijn kun je het Åkrafjord invaren, maar dat is wel zo’n 6 uur naar binnen en dan weer zo’n 6 uur naar buiten. En zeilen in zo’n fjord is meestal niet te doen. Het waait niet of het waait de verkeerde kant op. Er lijkt geen relatie te zijn tussen de wind daarboven en beneden. Dus die pak’m’beet 12 uur moeten op de motor. We hebben het er zo tussen de “bedrijven” door al een dag of wat over.

“Weet je”, zeg ik, “we gaan het gewoon doen. We hebben 3 dagen gezeild om hier in de buurt te komen en we hebben tijd zat. Jij vindt watervallen leuk en dan gaan we die paar uur niet investeren omdat we het te ver vinden?”

We hebben echt serieus medelijden met jullie hoor, in die vréselijke hitte (not), maar het regent hier al de hele nacht en ochtend jonge honden. Alles is klam en het is kneiterkoud. Mooi land hoor, denken we, alleen zie je er niet zoveel van door de waterdamp. Maar goed, eind van de middag zou het volgens de weerbijbel dan eindelijk een soort van niet heel nat moeten worden en morgen wordt ons zelfs een zonnige dag in het vooruitzicht gesteld. Een hele dag! Nou, gaan wij eindelijk eens meemaken waar jullie al een week over klagen! En als we vanmiddag eens om een uur of 4 vertrekken dan zouden we er rond 10 uur moeten zijn. Dan is het hier gewoon nog volop licht en kunnen we zelfs nog een alternatief bedenken als we toch niet aan “het” steigertje kunnen.

Hoezo heet?

“Het steigertje” is volgens diverse bronnen een aanlegplaats pal onder de Langfoss waterval. Eén van de grootste van Noorwegen. En je kunt langs de waterval naar boven klimmen. Het steigertje is blijkbaar geschikt voor één hele boot. En het punt is dat de wanden van het fjord zó steil en diep zijn dat ankeren niet kan. En andere aanlegplaatsen zijn er niet, althans geen openbare. Dus als het steigertje er niet (meer) is, overvol is, etc dan is er geen echt plan B .. of C.

Rond een uur of 3 wordt het zowaar een soort van droog. Rond 4 uur gooien we los. Eenmaal onder de brug door lijkt het er op dat we zowaar een wind en koers hebben dat we kunnen zeilen, en dat gaat nog ook. Maar als we dan na zo’n 2,5 uur echt de krochten van het Åkrafjord induiken is het klaar en moet de motor aan. Nah, in elk geval 2,5 uur winst.

“Hé”, zeg ik, “we hebben stroom tegen”. Weliswaar niet zo heel veel, maar het is toch ongeveer een halve knoop. Nogal logisch, er staat hier aan de kust immers gewoon getij. Weliswaar niet veel, maar het is er wel. En die fjorden zijn lang, soms héél lang. Dus ze stromen gewoon vol en leeg. Het vreemde is dat er hier (door ons) nagenoeg geen stromingsgegevens te vinden zijn, zoals we die (bijvoorbeeld) in geruime mate in Nederland kennen. Nu is het wel te beredeneren. Vanaf laagwater zal de boel de uren daarna vollopen en vanaf hoogwater zal het leeglopen. We even iets om rekening mee te gaan houden. Voor nu volg ik mijn rivierenvaren onderbuikgevoel. In de binnenbochten stroomt het minder dan in de buitenbocht. Dat principe klopt zelfs in de wachtrij voor de lift bij de wintersport. 

Onderweg houden we nauwlettend de omgeving in de gaten. Daar staat een huis met steigertje. Staat dat huis leeg? Kunnen we daar dan liggen als het nodig is? Pas een kwartier voordat we er zijn ontwaren we het. Er valt inderdaad water naar beneden, en veel. Héél veel. En om de cliffhanger maar meteen om zeep te helpen: het steigertje is er. En het is leeg. Weliswaar in een iets erbarmelijker staat dan we in de beschrijvingen hebben gevonden, maar we kunnen aanleggen, nou ja, soort van. Maar met behulp van wat extra hulpmiddelen die nog ergens diep in de bakskisten liggen lukt het om fatsoenlijk vast te maken.

Het steigertje ..

En hoewel het inmiddels een uur of 11 (’s avonds) is kunnen we het niet laten om even naar het begin van het pad naar boven te lopen. Hmm, afzetlinten, borden, iets met werkzaamheden, niet toegankelijk. Het lint is gedeeltelijk weg en het bord dat je er niet door kunt is omgedraaid, zodat het niet van toepassing lijkt. We zoeken het maar eens na op Internet. In verband met werkzaamheden om het pad naar boven te verbeteren is het alleen toegankelijk op zondag en op weekdagen na 17:30. “Nou”, roept Anita, “daar laat ik me dus niet door tegenhouden”.  Maar op het omgedraaide bord staat toch wel vrij nadrukkelijk dat er gewerkt wordt met zwaar materieel en dat je de “construction sites” absoluut niet kunt passeren.

De volgende ochtend blijkt het inderdaad afgesloten. Eindelijk een keer prachtig weer hier. Tja wat doe je dan? Nou we moesten nog een lager vervangen van één van onze lieren. Daarvoor moet het ding van de boot. En om bij de moeren en de contraplaat aan de onderkant te komen moet onderdeks ook het een en ander gedemonteerd worden. Dus ja, dat soort dingen dan maar. Om 17:40 staan we klaar. Het bord blijkt weer omgedraaid. We hebben niemand gezien, dus Anita vermoed dat het een of andere Trol is die dat doet.

We passeren diverse omgezaagde bomen die her en der verspreid langs het pad liggen. Verder is het uitdagend, maar redelijk te doen. Na een kwartier of zo staan we ineens onderaan een trap, die niet zou misstaan in een Indiana Jones film. Zo dat loopt wel lekker, tja, tot-ie niet meer verder gaat. Daar liggen enorme stenen die ooit trap moeten worden, sommige vastgebonden met touw om het naar beneden schuiven te verhinderen, een paar helmen, een verdwaalde bijl en wat andere gereedschappen en vooral heel veel modder. Ok, ok, we snappen nu dat je er absoluut niet langs kunt als hier serieus gewerkt wordt. Hoewel het wel goed zal gaan kies ik er toch maar voor om niet over de stenen te klimmen die nog niet “gelegd” zijn en verkies de modder, keien en wat er nog over is van gras en planten ernaast. Na een stuk zwoegen en klauteren komen we bij nog zo’n stuk trap, en nog een.

Indiana Jones?

Na zo’n 1,5 uur zijn we er, dat wil zeggen, bij het eerste “viewpoint” op ca 350 meter. Het is overweldigend. Een vooral ook handig dat we onze regenjassen hebben meegenomen, want helemaal droog is het ook niet.

We genieten een half uur van het uitzicht en het natuurgeweld. Je kunt nog verder naar 650 meter, maar dat trekken deze bejaarden niet meer. Als het overdag was geweest hadden we het waarschijnlijk gedaan, maar het pad verder naar boven ziet er niet bepaald gemakkelijker uit dan het deel dat we al hebben gehad. Dus dat is nog eens 3 uur heen en weer en dan nog van hier naar beneden, als er niks mis gaat. En zelfs hier wordt het zicht rond middernacht best slecht. Het is mooi geweest en we dalen weer af.

Niet alles gaat met de trap.

Rond 21:00 zitten we weer op Eaumega. “Tjonge, wat een herrie maakt dat ding eigenlijk hè?” Zegt Anita. “Het lijkt wel of je naast een snelweg staat.” “Ja” zeg ik. “Ik heb ‘m nu gezien, hij mag uit.”

Nog één keer dan ..

(ps: om de gevoelens van Rudy niet teveel op de proef te stellen deze keer géén foto van ons samen voor de waterval 😉 )

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *