1978
Meneer Geirr Vetti heeft in Noorwegen inmiddels al zo’n 300 trappen gebouwd, de berg op. Nou heeft Geirr dat niet allemaal zelf gedaan. Hij heeft een bedrijf Stibyggjaren, dat huurt Sherpa’s uit Nepal in om stenen trappen te bouwen. Ongetwijfeld zwaar werk, dus dat Geirr dat niet allemaal zelf doet en de Noren er zelf geen zin in hebben snap ik. Het is eigenlijk overal hetzelfde. Een paar van die trappen hebben we al gezien en beklommen.
Iedereen wil tegenwoordig naar de Lofoten. Ook veel zeilers die het hebben over Noorwegen zeggen dat ze hééél graag naar de Lofoten willen. Zelfs een zeilende Noor die we een paar dagen geleden spraken, zei dat hij daar hééél graag een keer naar toe zou varen. Als ik dergelijke uitspraken hoor denk ik altijd, nou, als je dat hééél graag wilt moet je dat doen.
Vanaf Kristiansund is het zo’n 350 zeemijl. Dat is goed te doen, vinden wij. Punt is alleen dat we ook nog een keer terug moeten en dat we daarvoor, althans voor het comfort en de snelheid waarmee dat gaat, enigszins afhankelijk zijn van meteorologische omstandigheden. En hoewel we nog flink wat tijd hebben begint deze voor het gevoel toch een beetje te dringen. We staan nu eigenlijk voor de beslissing: gaan we nog door naar de Lofoten of doen we het hier rustig aan en gaan we dan langzaamaan weer terug.
Toevallig gaat het morgen, 24 juli, flink waaien, vanaf ca 07:00, een dag of 3, uit het zuidwesten. Met een dipje na ongeveer 24 uur. Ik schat in, als we helemaal buitenom gaan, met de golfstroom mee, dat we er ruim 48 uur over gaan doen. Anita vaart wat langzamer, die denkt dat het 3 dagen gaat duren. Hoe dan ook, het kan …
Dus op de middag van 23 juli varen we naar Klubbøya, een ankerbaai net ten noorden van Kristiansund, met beschutting tegen wind uit het noorden. Het minimale beetje wind dat er staat komt daar nu vandaan en zodra de wind uit het zuiden komt lichten we het anker. Om 7:30, de volgende ochtend, zeilen we. Een paar uur later, als we langs Hitra zijn en Frøjo achter ons laten, krijgen we de volle zuidwester mee. Hier is het weer even lekker oceaanzeilen, strakke stevige wind, mooie golven. En dan schiet het op, we doen zo’n 170 mijl in 24 uur. Even ten noorden van Myken valt de wind weg en zetten we de motor bij om de golven de baas te blijven. Zo’n 10 uur pruttelen we door met een knoopje of 4. Dan komt gelukkig de wind weer terug, rust aan boord. In de ochtend trekt de wind flink aan, met wat regen voor de juiste stemming. Ik trek voor de zekerheid een rifje in het zeil. Dat blijkt geen overbodige luxe. 25 Juli, rond 13:00 stuiven we in 25 knopen wind op Reine af. We zien niet veel van de omgeving door het tamelijk matige zicht, maar het lijkt indrukwekkend. Gelukkig nemen bij het naderen van de haven de wind en regen wat af zodat we ons een beetje kunnen oriënteren. In de havenmondig denken we het gehad te hebben, de wind is weg en de golven ook. Maar surprise! Voordat we de gedachte hebben kunnen uitspreken krijgen we diezelfde wind weer vol op de boeg langs de andere kant van de berg. Gelukkig staan er bij het afmeren 3 man op het steiger om de lijntjes aan te nemen.
In Reine is dus zo’n trap van Geirr. De trap brengt je omhoog van zeeniveau tot 484 meter. Althans, dat omhoog brengen moet je zelf doen, maar dan heb je ook wel het meest fántástische uitzicht op de héle Lofoten. En dus wilde Anita hier heel graag naar toe. 1700 Treden, bijna 2000 of 1566. De getallen uit diverse websites en enthousiaste fakebook posts lopen nogal uiteen. Maar goed, dat harde feiten tegenwoordig slechts een mening zijn heeft de politiek de afgelopen jaren ook al ruimschoots bewezen. Ach, It’s just marketing, denk ik dan maar.
Na de eerste 100 treden ga ik dood. Na de volgende 100 gaat het wel weer ok. En dan kom je “in een flow”, dat wil zeggen, die “flow” komt dan ergens uit mijn rug en verdwijnt in mijn shirt. Had ik die 1400 nou gehad of was ik op weg naar 1400? Nou goed, laat maar, je hebt wat te doen onderweg. 1978 Treden zouden het moeten zijn volgens het informatiebord beneden.
De marketing klopt deze keer: Het uitzicht is inderdaad adembenemend.

